 |
|
INLEIDING
Er is veel te vinden in de Bijbel over Brood en
Wijn en de symbolische betekenis ervan.
De eerste keer dat we het tegenkomen is na een strijd van Abraham tegen
vijandige koningen die o.a. Lot gevangen hadden genomen:
En Melchisedek, de koning van Salem
(Jeruzalem), liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van
God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, Schepper van hemel en
aarde. Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u
uit.’
Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.
Een bijzondere gebeurtenis en een opmerkelijke
persoon die Melchisedek; hij lijkt zelfs boven Abraham te staan, maar er
wordt verder niets over hem verteld. Jezus wordt later in het NT met hem
vergeleken. |
|
Deelhebben aan het Avondmaal of de
Eucharistie is een centraal gebeuren in de navolging van Jezus,
een hoogtepunt in onze eenheid met God en met elkaar. Hoe
levendiger het besef is wat Jezus' offer ons gebracht heeft, hoe
grootser wij dit feest vieren, niet zozeer in uitgebreide
plechtige rituelen, maar met veel dankbaarheid en vreugde samen. |
 |
|
Wat betekent het eigenlijk: vlees en bloed van
Jezus tot ons nemen?
Mag iedereen eraan deelnemen?
HET LAATSTE AVONDMAAL
Jezus had Zijn leerlingen, op de reis naar Jeruzalem, verschillende
malen verteld wat Hem daar te wachten zou staan. Het was niet tot hen
doorgedrongen. Waarschijnlijk hebben ze wel een toenemende spanning en
dreiging gevoeld in de stad. De manier waarop Jezus Petrus en Johannes
er op uit stuurt om het Pascha, het joodse paasmaal, voor te bereiden is
tekenend:
'Ga naar de stad. Daar zal een man die een
kruik water draagt jullie tegemoet komen; volg hem, en wanneer hij
ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: De
Meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar ik met mijn leerlingen
het pesachmaal kan eten?’
Niemand wist van tevoren waar Hij het Pascha zou
vieren, ook Judas niet.
Petrus en Johannes, de apostelen die het dichtste bij Jezus stonden,
maakten de maal klaar. Volgens Joodse traditie bestond de hoofdmaaltijd
uit lamsgebraad, ongedesemde broden en bittere kruiden; het heeft
allemaal een betekenis.
Deze joodse feestdag wordt het feest van het Ongedesemde brood genoemd. |
|
 |
De tijd van de maaltijd brak aan.
De apostelen kwamen binnen. De vrouwen, andere discipelen en
slaven waren er niet bij om de voeten te wassen en hen te
bedienen. Ze waren verbijsterd toen Jezus ineens de plaats van
een slaaf innam en hen de voeten begon te wassen, iets dat zelfs
niet van Joodse slaven verwacht kon worden.
Daarna gingen ze aanliggen en Jezus sprak:
‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal
met jullie te eten voor de tijd van Mijn lijden aanbreekt. |
|
Want ik zeg jullie: Ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het
koninkrijk van God.’ |
|
Dit kunnen we lezen in het evangelie van
Lucas.
We laten Matteüs nu verder vertellen:
Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed
uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden:
‘Neem, eet, dit is Mijn lichaam.’ En Hij nam een beker, sprak
het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink
allen hieruit, dit is Mijn bloed, het bloed van het verbond, dat
voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden'. |
 |
|
Vurig had Jezus naar deze maaltijd verlangd. Er
moet veel in Hem omgegaan zijn die avond. Judas, waar Hij van hield -
zoals van ieder ander - zou Hem deze nacht verraden. De andere
discipelen zouden Hem verlaten en door een heel moeilijke tijd moeten
gaan. Jezus zelf moest zich laten vullen met iets wat Hij verafschuwde:
de zonde van ons allemaal. Zo zou Hij die zonde mee de dood in moeten
sleuren. Even zou de Vader Hem moeten verlaten, iets wat Jezus nooit
meegemaakt had en wat Hem hevig beangstigde.
Maar zoals een vrucht zijn heerlijke sappen geeft als hij uitgeperst
wordt, zo kwam bij Jezus al zijn liefde voor Zijn Vader en voor ons
tevoorschijn die avond en de volgende dag.
Hij bereidde Zijn discipelen voor met vele woorden en Hij sprak niet
meer in beelden maar opende heel Zijn hart tijdens de maaltijd. |
|
 |
Alles wat Hij die avond gezegd heeft
kunnen we terugvinden in het evangelie van Johannes, hoofdstuk
15-16. In hoofdstuk l7 zien wij Hem Zijn hart tegenover Zijn
Vader uitstorten. Daarna volgt Zijn arrestatie.
De dag daarna stierf
Hij, een graankorrel die stierf, openbrak,
en veel nieuw leven zou voortbrengen. En wij mogen met Hem
afsterven en opstaan in dit nieuwe leven. |
|
Het PASCHA
Het is niet toevallig dat Jezus het Avondmaal instelde tijdens het
joodse Pascha. Dit oorspronkelijke feest was in feite een
voorafspiegeling van wat God door Jezus zou gaan doen.
Het Pascha is ingesteld op de laatste avond dat de Joden als slaven in
Egypte waren, vlak voor hun grote uittocht (dat is te lezen in het 12e
hoofdstuk van het boek Exodus) .
Zo stelde Jezus het Avondmaal in op de avond voordat Zijn volgelingen
tot echte bekering zouden komen en bevrijd worden uit "Egypte, het land
van de zonde". Deze wedergeboorte werd mogelijk doordat Jezus Zijn bloed
zou laten vloeien en uit de doden zou opstaan.
De nacht vóór hun uittocht moesten de joden een éénjarig, gaaf,
mannelijk lam slachten. Ze moesten het braden en eten, maar het bloed
moesten ze buiten aan de deurpost strijken. Hierdoor zouden zij
beschermd zijn tegen de verderfengel die alle eerstgeborenen van het
mannelijke geslacht in Egypte zou doden.
Jezus, het Lam van God, werd geslacht en door Zijn bloed aan de deurpost
van onze ziel te strijken gaat de satan - het oordeel van God - aan ons
voorbij. De satan kan dan niets meer omdat er al bloed gevloeid heeft
voor onze zonde. Hij heeft geen rechten meer op wie dan ook. |
|
Er moest ook brood gebakken worden: ongezuurd brood, dat wil
zeggen dat er geen zuurdeeg bij te pas kwam om het te laten
rijzen.
'Ik ben het levende brood'
zegt Jezus - ongezuurd: zonder zonde.
Verder werden er bittere kruiden gebruikt - het hele
gebeuren was met een blij vooruitzicht, maar toch doordrenkt
van bitter lijden.
Het BROOD |
 |
|
'Zweten zul je voor je brood, totdat je terugkeert tot de aarde',
had God gezegd tegen Adam, na diens zonde. Vanaf deze tijd was brood het
belangrijkste voedingsmiddel.
In onze tijd gebruiken wij meestal gist om het brood te laten rijzen;
zuurdesem was vroeger het enige bekende middel. Nadat het deeg gekneed
was werd er een klein gedeelte van het deeg opzij gelegd om door het
volgende deeg gekneed worden, en zo iedere keer door.
Zoals we straks al zagen, was het ongedesemd brood wat Jezus brak en
uitdeelde.
Dat God de Joden toentertijd gebood ongedesemde broden te bakken voor
hun uittocht had een geestelijke betekenis. Zuurdeeg is in de Bijbel
vaak het beeld van de zonde dat alles doorzuurt. En dat oude zuurdeeg
moest in het land van de zonde achterblijven. Ze moesten helemaal
opnieuw beginnen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs, spreekt Paulus
hier rechtstreeks over: 'Doe de
oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd
brood omdat ons Pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het
feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het
ongedesemde brood van reinheid en waarheid.'
..en Hij gaf het aan Zijn leerlingen met de woorden: 'Neemt, eet, dat
is Mijn lichaam'.
Jezus' lichaam was ongezuurd, onaangetast door de zonde. Hij was rein.
Wie het oude zuurdeeg van de zonde wegdoet mag Jezus tot zich nemen,
het ongedesemde brood van reinheid en waarheid,
dus als je werkelijk gestopt bent met de zonde of je hele hart erop
gezet hebt om te stoppen. |
|
 |
Er is in het boek Exodus (uittocht) nog een duidelijk beeld te
vinden dat naar Jezus wijst, dat vinden we in hoofdstuk 16. In vers 4
lezen we:
Jahweh zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten
regenen.' Het manna. Veertig jaren lang hebben ze dit gegeten. |
|
Jezus zelf haalt dit gebeuren aan als Hij zegt: 'Uw
voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij
gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie
dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is
neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.'
Dat gebeuren met het manna was al een verwijzing naar Jezus. Nadat het
volk al enige jaren van het manna geleefd had, sprak Mozes uit wat de
reden was geweest dat God hen eerst honger had laten lijden en hen
daarna het manna had gegeven:
'Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen,
maar van alles wat de mond van Jahweh voortbrengt.'
God wilde ze laten beseffen dat ze ook geestelijk voedsel nodig hadden.
Als wij dan in het begin van het evangelie van Johannes lezen dat Jezus
zelf het woord van
God is, dan gaan we die verwijzing van toen naar Jezus nog beter
begrijpen.
Maar wie zou verwacht hebben dat God Zijn eigen Zoon tot voedsel zou
geven? Hoe moeten wij dat verstaan?
Als wij honger hebben eten wij brood (of iets anders); dat vult onze
maag en versterkt ons gestel. Maar we kennen ook geestelijke honger:
honger naar liefde, rust en geborgenheid, honger naar leiding, kennis,
een doel, geluk, enz.
We kunnen die honger wat stillen met allerlei geestelijke lectuur,
ideologieën, met allerlei relaties, of met drugs, geld, televisie, enz,
enz. Maar wat wij nodig hebben is Iemand die van ons houdt, ons
leidt en ons gelukkig maakt. |
|
 |
'Ik ben het brood dat leven geeft’,
zegt Jezus.
‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben,
en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.'
Wat een ongelofelijke belofte! |
|
Waar je ook naar verlangt - Jezus is het antwoord
hierop. Werkelijk waar. En als wij dat niet ervaren, komt dat omdat wij
nog niet hebben leren eten. Wij eten vaak zo af en toen een kruimeltje
omdat we over het algemeen niet beseffen wat God voor ons wil en kan
betekenen, hier en nu, en daardoor hebben we weinig hoop op Hem, zijn we
nauwelijks open om te kunnen ontvangen.
Er zijn ook verlangens die door Jezus niet
bevredigd worden. Dat zijn vaak verkeerde verlangens, die af moeten
sterven. Of het zijn verlangens die wel goed zijn, maar betere
verlangens in de weg staan. Wat verkeerd is zal Hij ons van bevrijden.
Als wij besloten hebben om onze zelfzucht vaarwel te zeggen en op te
groeien tot zonen van God, dan wordt het woord van God, de Bijbel, één
grote broodmaaltijd, die ons voedt en opvoedt tot volwaardige, volwassen
kinderen van God, en tot bruikbare knechten in Zijn dienst.
Jezus brak het brood toen Hij het uitdeelde.
Jezus wordt ons brood, maar het kost Hem wat. Hij brak het. Hij brak
Zichzelf. Hij brak Zichzelf door voortdurende zelfverloochening, om voor
God en voor ons te kunnen leven.
Hij brak door de vervolging en haat van de wereld; Hij liet Zich breken
uit liefde voor ons. Hij liet Zich breken om Zich uit te kunnen delen
aan ons. Jezus heeft volmaakt geleefd, maar als Hij uiteindelijk aan het
kruis niet gebroken was, hadden wij er niets aan gehad.
Wat een God !
De WIJN
'Ik ben de ware wijnstok', zegt
Jezus. |
|
 |
De vrucht van de wijnstok is druiven. Van
druiven wordt wijn gemaakt. Zoals brood het belangrijkste
voedingsmiddel was, zo was wijn de belangrijkste drank. Als wij
aan wijn denken dan denken wij aan een lekker drankje waar je
dronken van kunt worden. Maar wat in de Bijbel wijn genoemd
wordt, was vaak gewoon druivensap dat ingedikt in wijnzakken
bewaard werd en soms (hooguit) 4% alcohol kon bevatten.
'Dit is Mijn bloed, het bloed van het
verbond, dat voor velen vergoten wordt.'
Dit sprak Hij toen Hij de beker doorgaf,
'drink
allen hieruit'.
Er staat in de Bijbel veel over het bloed van Jezus. En in het
Oude Testament zijn er veel verwijzingen naar dit bloed dat zou
gaan stromen, o.a. in het boek Leviticus: |
|
Zonder het vergieten van bloed is er geen
vergeving
Daar is dus geen ontkomen aan.
Hier staat eigenlijk: Wie zondigt moet dat met zijn bloed bekopen, met
zijn ziel, want de ziel is in het bloed zegt de Bijbel. Dus op zonde
staat de doodstraf - de eeuwige dood - hoe klein de bedreven zonde ook
is. Want niets of niemand die duisternis in zich heeft kan bij Hem komen
of blijven. Zo heilig en rechtvaardig is God.
Een verschrikkelijk probleem, want wie wil niet terug naar Huis, daar
waar liefde, rust, rechtvaardigheid is?
Vlak voor de uittocht uit Egypte, bij de instelling van het joodse
paasfeest, laat God al iets van zijn liefdevolle natuur zien.
Later, in de woestijn, gaf God zijn volk allerlei
wetten. Hij gaf hen ook de mogelijkheid om in geval van 'lichte' zonden
een 'zondebok' te slachten. De zondaar moest dan zijn handen op de bok
leggen zodat zijn zonden op het dier overgingen, en het dier werd in
zijn plaats gedood.
'Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt',
riep Johannes de Doper, en wees naar Jezus. Hij was gekomen om
vrijwillig zondebok te zijn; alle zonden van de hele wereld zouden op
Hem gelegd worden.
Zijn bloed heeft gevloeid aan het kruis. En ieder dat offer accepteert
krijgt dat bloed als het ware aan de deurpost van zijn ziel gestreken.
De satan verliest zo het eigendomsrecht over je en Gods oordeel, de
veroordeling voor de zondaar, gaat dan aan je voorbij. Je bent dan
gekocht met het Bloed van Jezus, zoals de Bijbel dat zegt, en
schoongewassen van alle schuld.
Het VERBOND
Als wij het Avondmaal vieren, vieren wij het verbond tussen God en ons.
Zijn deel van het verbond is Zijn liefde en genade en het werk van de
heilige Geest in ons, en van onze kant is het vertrouwen en overgave.
Door deel te hebben aan Jezus' lichaam en bloed
worden wij één met Hem. Zoals Jezus zegt:
'Wie Mijn lichaam eet en Mijn bloed drinkt,
blijft in Mij en Ik blijf in hem'. en
'de levende Vader heeft Mij gezonden, en Ik
leef door de Vader; zo zal wie Mij eet, leven door Mij.'
Het is dus van levensbelang om deel te hebben aan het Avondmaal of
Eucharistie. Maar het heeft wel consequenties. Paulus zegt:
'Maakt het brood dat wij breken ons niet één
met het lichaam van Christus?'
Het lichaam van Christus is gebroken; als wij
gemeenschap met Zijn lichaam hebben, dan hebben wij gemeenschap met een
gebroken lichaam. Dat wil zeggen dat wij ook deel zullen krijgen aan de
vervolgingen die Hij heeft moeten ondergaan, het lijden dat Hij heeft
moeten verduren.
Verder zegt Paulus:
'Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met
velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.'
Dus als wij aan de 'maaltijd des Heren' gaan, dan verbinden wij ons zeer
duidelijk aan elkaar. Daar mag absoluut geen sprake zijn van
vrijblijvendheid. Want zoals het gewone lichaam zeer sterk op zijn delen betrokken is, zo wordt iedereen die deel heeft aan het Avondmaal
verantwoordelijk voor elkaar.
Als wij daar niet toe bereid zijn, wordt het deel hebben aan het
Avondmaal een aanfluiting. |
|
'Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het
bloed van Christus?'
Dat is toch iets wat ongelofelijk veel
dankbaarheid oproept, die onverdiende goedheid die Jezus ons aanbiedt.
Deelhebben aan de wijn wil zeggen dat wij, niet meer proberen de hemel
met onze 'goedheid' te verdienen, maar dat wij erkennen dat wij, wat de
liefde betreft, nietsnutten zijn en Jezus' offer - zijn bloed - wel heel
hard nodig hebben.
Dan zeg je niet meer tot God: 'ik doe mijn best', maar
dan zeg je: 'heb genade', en die houding zal je naar volmaaktheid toe
laten groeien want dan gaat God Zelf in je aan het werk, in plaats van
je goeie wil alleen. |
 |
|
Dat was ook de belofte van het Nieuwe Verbond: God
zou Zelf de wet in ons binnenste schrijven, dat wil zeggen dat Hij ons
zo maakt dat wij van harte het goede doen, dat Hij zijn Geest in ons
binnenste zal geven en dat iedereen Hem persoonlijk zou kennen, en dat
Hij ons zou vergeven.
'Maar
dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten -
spreekt Jahweh: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun
hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Men zal elkaar
niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: Leer Jahweh kennen, want
iedereen, van groot tot klein, kent Mij dan al - spreekt Jahweh. Ik zal
hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan',
profeteerde Jeremia.
Er is niets wat de satan zo haat als het bloed van
Christus. In Openbaringen van Johannes staat:
'Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam
en dankzij hun getuigenis overwonnen.'
Doordat wij zondigen worden wij automatisch
eigendom van de duivel. Maar
'...U bent geslacht en met Uw bloed hebt U voor God mensen gekocht
uit alle landen en volken'. Nu zijn wij
dan eigendom van Jezus.
Gemeenschap hebben met het bloed is een onmisbaar deel van het Avondmaal;
het is de basis van onze vriendschap met God.
En wie zo een verbond met God is aangegaan is ook een verbond met alle
anderen aangegaan die deel hebben aan Jezus.
In de tempel hing een groot kleed waarachter de allerheiligste plaats
was waar God Zelf verbleef. Alleen de hogepriester mocht daar eenmaal
per jaar komen. Toen Jezus stierf scheurde dat voorhangsel van boven
naar beneden. Door Jezus' bloed werd de doorgang tot God voor iedereen
vrij.
WIE MAG ERAAN DEEL HEBBEN ?
Niet iedereen. Alleen, zij die zichzelf helemaal aan God overgegeven
hebben, en voor zover zij dat konden, gebroken hebben met de zonde. Het
is bedoeld voor de kinderen van God die besloten hebben Jezus te volgen.
Maar zelfs als wij kinderen van God zijn, moeten wij nog voorzichtig
zijn.
Paulus zegt:
'Daarom maakt iemand die op onwaardige wijze van het brood eet en uit
de beker van de Heer drinkt, zich schuldig tegenover het lichaam en het
bloed van de Heer. Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat
hij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt
maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn
veroordeling af over zichzelf. Daarom zijn er onder u veel zwakke en
zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven.'
Dat klinkt niet mis. We zijn geneigd te denken:
dat valt wel mee. Maar het valt niet mee. We kunnen in de Bijbel lezen
dat zieke christenen in de eerste gemeente een zeldzaam verschijnsel
waren. Tegenwoordig is dat beslist niet zeldzaam. Het is niet altijd de
schuld van de zieke zelf, maar het hele Lichaam van Christus loopt mank
door onze nalatigheden. Als je bijvoorbeeld ruzie met iemand hebt, haat,
ergernis of wat dan ook, dan mag je geen deel hebben aan deze maaltijd
voordat je je verzoend hebt. Of zelfs als iemand iets tegen je heeft,
moet je eerst naar hem of haar toe gaan.
Er zijn mensen die het Avondmaal nemen of te communie gaan en in hun
leven niet bij God raad zoeken, maar bij waarzeggende of spiritistische
geesten, of andere orakels (zoals bijv. de astrologie).
Anderen knoeien op seksueel gebied, bedrinken zich of nemen andere
drugs. Paulus schrijft ook hierover:
'U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van
demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan
die van demonen. Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan
Hij?'
En we prikkelen Hem inderdaad tot jaloezie als we
raad, bescherming, leiding, aandacht bij anderen halen in plaats bij de
levende God.
Als je verlangen hebt om bij Jezus te horen, als je Hem liefhebt en je
naaste ook, als je verlangt naar Zijn vergeving en kracht wilt ontvangen
om Hem te kunnen volgen, dan mag je in volle vrijheid meedoen. |
|
 |
'Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.
Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij Hem
binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.'
|
|